Kar-, fiets- en ander hangen

Geschreven door

Karhangen is het apathisch, met gebogen rug en de onderarmen leunend op de duwstang, achter een winkelwagen aansjokken met een blik in de ogen van ‘wat is het toch belachelijk dat de boodschappen niet vanzelf mijn kar inrollen’.
De karhanger moet, gezien haar eigen lijden (meestal betreft het vrouwen) en het lijden dat zij bij anderen veroorzaakt ogenblikkelijk naar een vrolijkheidscursus, in relatietherapie of op zijn minst naar fitness. Tot die tijd geldt een winkelverbod.

Fietshangen gaat aan het karhangen vooraf. Ook een wat vermoeide blik, meestal tijdens de dagelijkse (lijdens)weg die scholieren nu eenmaal vaak afleggen. In tegenstelling tot de, wat oudere, vrouwelijke karhanger is de fietshanger over het algemeen van het mannelijk geslacht.
In combinatie met mobiel bellen of –spelen heeft het fietshangen in potentie een dodelijk karakter. Dit wordt op latere leeftijd versterkt, wanneer de fietshanger zich onverhoopt verder ontwikkelt tot (vrachtauto)stuurhanger. Zeker wanneer dat laatste verder zou worden gecombineerd met het eerder genoemde mobielen, koffiezetten of krantlezen.

Het ware het beste wanneer elke variatie van het hangen zoveel mogelijk de kop wordt ingedrukt. Tweede Kamerleden kunnen daarbij het goede voorbeeld geven door onderling massaal het bankjeshangen te verbieden.

Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *