Wat er van over was, vroeg ik me af.
Van het pittoreske en een tikje anarchistische kunstenaarsdorp Ruigoord dat werd overgeleverd aan de nukken en grillen van de gemeente Amsterdam. Dit dankzij de welwillende medewerking en een hardnekkig gebrek aan toekomstvisie -toen al- van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Kijken wat er van de culturele vrijhaven nog over was. Wat heimwee speelde daar ook in mee. Vroeger, toen we in Spaarndam woonden, bracht ik onze kinderen soms naar de Ruigoorder buren toe of Ruigoordertjes na het spelen terug naar huis.

Met de komst van de Afrikahaven werd Ruigoord gesloopt. Héél Ruigoord? Nee. Een paar gebouwen bleven moedig weerstand bieden en staan. Omzoomd door gigantische olietanks; het Noordzeekanaal, met daarin ongeduldig afgemeerde enorme zeeschepen; heel veel landende en stijgende vliegtuigen en een troosteloos industriegebied.

Wij hebben sinds kort een autootje met een zuinig motortje. Naast onze Fiat 500 parkeerde een bestelbus van een wegenbouwbedrijf.
De man die uitstapte, zestiger, keek naar die auto en sloeg een inleiding over. “Mooi dingetje. Kan-ie wel wat trekken?”
Ik had geen flauw idee. “Hoeveel PK?” Ook dat wist ik niet. Herinnerde me wel vaag iets over cc’s en dat dat weinig was. “Nog geen 900 cc, geloof ik. Maar hij is hartstikke pittig”. Begrijpende knik.

“Mijn vrouw”, zei de man. “Mijn vróuw was pittig. Drie maanden geleden is ze overleden. Leverkanker. Zó afgelopen en geen enkele kans.
En nu ben ik dus alleen. Wennen. Maar ik wil het leren. Komen de buren pannetjes met eten brengen. Was goed in het begin. Hartstikke aardig, maar ík wil het kunnen: alleen.
Daarom ben ik ook hier. Er af en toe tussenuit. Kijken naar de schepen, naar de vliegtuigen.

Wennen en veel bewegen. Dat is het. In mijn bus staat de fiets. Ik zit voor mijn werk op een wals, dus veel bewegen doet dat niet. En ik mag graag fietsen. Thuis is het ook maar alleen”.

“Morgen”, vertelde de man, “morgen rijd ik naar het zuiden. Daar staat een motor te koop. En daar wil ik op de zijkanten de naam van mijn vrouw laten spuiten. Zou ze mooi gevonden hebben”.

Hij keek nog even naar mijn autootje. “Een Triumph 850 cc, die motorfiets. Bijna net zoveel als dat ding van jou”.

“Ja écht”, zei de man. “Echt een pittig ding”.

Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *