Bloemendaal: speelt arrogantie de baas?

Geschreven door

Waarschuwing: het onderstaande bevat een aantal regels Geschiedenis en Staatsinrichting. Misschien ietwat droog. Wel handig om het verband in het hele verhaal te beoordelen.

In hoeverre mogen een burgemeester of een wethouder zich bemoeien met de manier waarop de Gemeenteraad zijn dagelijks functioneren invult, er van uitgaande dat daarbinnen geen ernstig strafbare feiten worden voorbereid, gepleegd of geëvalueerd?

Eén duidelijk antwoord: ‘NIET’!

Een wethouder of een burgemeester mag natuurlijk een oordeel hebben over het functioneren van de Raad. Het past hem of haar dan wel, om terughoudend te zijn in het naar buiten brengen van die mening. En het toevoegen van persoonlijke oordelen of veroordelingen is al helemaal taboe.
De Gemeenteraad is namelijk absoluut de baas. De opdrachtgever en de controleur. Het orgaan dat het vertrouwen in een burgemeester of wethouder op kan zeggen.

Bloemendaal, afgelopen jaar. Cdk (‘Commissaris des Konings’; wat een taalgebruik) Johan Remkes op bezoek bij de plaatselijke Gemeenteraad. Hij meldde een aantal behartenswaardige zaken. “Het ambtenarenapparaat functioneert goed”. Dat is logisch. Ambtenaren doen wat hun politieke bazen: burgemeester en wethouders zeggen wat ze moeten doen. En meestal doen ze dat inderdaad naar behoren.
Remkes verder: “Het college functioneert goed”. Ai. Daar begint het pijnlijk te worden.  In de politiek ‘spreekt het college van burgemeester en wethouders met één mond’. Ze vinden, althans naar buiten, allemaal precies hetzelfde.
En een college van b&w dat naar de Rechter vlucht -zoals in Bloemendaal gebeurde- als het zijn politieke gelijk in gevaar ziet komen, functioneert éénmondig goed?

Tijdens zijn bezoek aan Bloemendaal gaf de cdk aan dat het probleem zit bij de Gemeenteraad. Daar zou het schorten aan samenwerking en constructieve opstelling. Er moet meer en beter worden samengewerkt.
Hoe kómt die man daarop?

Juist!
Komt influistering door b&w om de hoek kijken.
En zou dat strafbaar zijn?

Het college van b&w deed er via de pers nog een schep bovenop: college en ambtenarij functioneren inmiddels goed. Maar in de Raad lopen ‘niet alle raderen soepel’. Dat ligt vooral aan één raadslid en één politieke partij. Beide met name genoemd.
Dit is niet alleen in grote strijd met het bovengenoemde principe van terughoudendheid; het is in grote strijd met de bedoeling van de gemeentewet en met de grondbeginselen van politiek.

Op 22 juli 2002 werd Johan Remkes Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vlak daarvóór, op 7 maart 2002 was de wet Dualisering Gemeentebestuur aangenomen, waarvoor Remkes als minister meteen verantwoordelijk werd. Die wet had als doel om het dualisme op lokaal bestuursniveau te verhogen: een scheiding van verantwoordelijkheden van Gemeenteraad en college van b&w met de Gemeenteraad als hoogste baas. De bedoeling van de wet was ook om de verhouding Raad-college politieker van aard te maken dan voorheen, toen wethouders deel uitmaakten van de Gemeenteraad.
Een logisch gevolg daarvan is een verharding van de (discussie-) cultuur. Tussen Raad en college. Tussen politieke fracties onderling.

Weten de cdk en het college van b&w van Bloemendaal dat niet -tekenen van politieke Alzheimer? Of zijn ze gewoon politiek gezond en kort van geheugen? Of komt het ze politiek gezien niet uit?

Politiek is een samenspel van belangentegenstellingen met een onduidelijke grens tussen de inhoud van het ‘spel’ en de ethische vorm.

Duidelijk lijkt mij in ieder geval dat het zondebok maken
– van het orgaan dat de baas is: de gemeenteraad;
– van individuele personen en
– van afzonderlijke partijen …

… dat dat uit den boze is. Het is niet aan een college of aan een cdk om raadsleden de maat te nemen

De echte zondebokken zijn de bestuurlijk verantwoordelijken die het proces niet in de hand (kunnen) houden. Hun bovengenoemde optredens en handelen verhouden zich niet tot de bedoelingen van de wet en vallen ver buiten de grenzen van de ethisch/politieke vormen en normen.

Is dáár dan een rechtbank voor?

Jazeker. Eentje die gevormd wordt door kiezers. Die kunnen, mogen en zullen beoordelen of raadsleden aan de verwachtingen voldoen -en of die raadsleden dat, naar verwachting, in de toekomst volhouden.
Kiezers. Die geen arrogante uitspraken van -benoemde en dus niet gekozen- burgemeesters, wethouders en cdk’s nodig hebben.
Kiezers -lees: ‘gewone mensen’.
Die nu, vanwege die ongekozen arrogantie, zowel ernstig geschoffeerd en beledigd worden, als voor de voeten gelopen.

Koos Pelsser

Print Friendly

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *